Peter
Lehmann (Berlijn)
Een merkwaardige quattroloog
Cliënten, familieleden, psychiaters en industrie rond de tafel
Betrokken ouders, cliënten, psychiaters en psychofarmaceutische
industrie: hadden zij elkaar al ooit ontmoet in een Internationaal
groepsforum ter ondersteuning van patiënten? In de zomer van 1995
had de uitnodiging van de Zeneca BV ook het Bundesverband der
Psychiatrie-Erfahrenen bereikt. Twee bestuursleden gaven te
kennen de uitnodiging aan te willen nemen, per slot van rekening
werden vliegreis en verblijfkosten vergoed.
Op 27 oktober 1995 waren in het Weense Hotel Imperial naast ons
beiden ongeveer 15 functionarissen van ouderorganisaties ('familieleden')
uit Canada, Engeland, Italië, Duitsland, Frankrijk en de VS, een
psychiater en verschillende medewerk(st)ers van de firma Zeneca
BV. Deze wil de komende jaren een nieuw atypisch neurolepticum
op de markt brengen (waarschijnlijk à la Leponex, Roxian of
Risperdal). Ter voorbereiding hiervan had zij de Engelse psychiater
Julian Leff uitgenodigd. Hij sprak over hoe fijn het voor de cliënten
is emotionele ondersteuning te ervaren van familieleden die met
de psychiaters samenwerken en erop toezien dat hun kinderen netjes
en langdurig de voorge- schreven neuroleptica innemen. Want het
zou bewezen zijn dat eigenmachtig stoppen tot een onmiddellijke
terugval leidt. Hierop vroeg ik aan deze meneer hoe hij een 'terugval'
kan onderscheiden van bijvoorbeeld een rebound-, supersensitiviteits-
of tardieve psychose. Hij antwoordde dat de cliënten waarover
hij gesproken had allen neuroleptica innamen en dat niemand gestopt
was. Dit antwoord was voor mij aanleiding om van verdere discussie
met hem af te zien. De vertegenwoordig(st)ers van de familieleden
bleven echter met rode oortjes luisteren. Het was indrukwekkend
om te zien hoe onbekommerd en elegant zij reageerden op het aanbod
van Zeneca van logistieke (en vooral financiële) ondersteuning
bij het versterken van hun organisaties en bij het uitoefenen
van druk op overheden om nog meer geld te steken in genetisch
onderzoek en biologische (d.w.z. op psychofarmaca en elektroshocks
stoelende) psychiatrie. Dit was de voornaamste inzet van de bijeenkomst.
Zeneca had rond 100.000 DM uitgegeven om een handjevol vertegenwoordig(st)ers
uit de VS elkaar te laten vertellen hoe ze waren uitgegroeid tot
een sterk verbond van ouders van gepsychiatriseerde kinderen.
Ze waren openhartig over hun werkwijze: slechts één mening wordt
getolereerd en door iedereen en op alle niveaus verkondigd. Hetzelfde
raadden zij ook de anderen aan, maar ik had de indruk dat dit
overbodig was. Ook bij de Europese familieorganisatie EUFAMI hebben
ouders met een kritische houding ten opzichte van de psychiatrie
niets te vertellen.
Tot slot vroegen de gedienstige Zeneca-vertegenwoordig(st)ers,
hoe hun firma de aanwezige organisaties zou kunnen ondersteunen.
Ik verzocht om 50.000 DM voor de financiering van het congres
over 'Mensenrechten en Zelfhulp' dat de afgelopen twee jaar wegens
geldgebrek niet had kunnen doorgaan. Daarvoor was helaas geen
geld beschikbaar, meende de Zeneca-voorzitter, terwijl enkele
ouders boos mijn kant op keken.
Ik had eigenlijk nog willen vragen hoe de ideologie van de aanwezige
psychiatrievoorstanders met betrekking tot genetisch onderzoek
in de psychiatrie zich onderscheidt van de erfelijkheidsideologie
die tijdens het nationaal-socialisme geresulteerd had in psychiatrische
massamoord. De blik van de oudervertegenwoordig(st)ers, die al
bij mijn vraag om geld voor het mensenrechten- en zelfhulpcongres
zo veelzeggend hadden gezwegen, deed mij mijn quattrologische
vraag domweg vergeten. Maar misschien kan de heer Dörner, lid
van het adviescollege van de Bundesverband der Angehörigen
psychisch Kranker, dit bij gelegenheid aan de orde stellen.
Ik had tijdens de voorbereiding van de bijeenkomst aangeboden
verslag te doen van de resultaten van een enquête naar kwaliteitsbeleid
en -bewaking, die wij samen met het tijdschrift Sozialpsychiatrische
Informationen hebben gehouden. Hiervoor bestond echter geen
belangstelling. Uiteindelijk bleek dat wij als ex-cliënten op
deze bijeenkomst storend werden gevonden. De Zeneca-vertegenwoordiger
beloofde weliswaar een nieuwe uitnodiging voor de volgende bijeenkomst,
maar kennelijk wilden de georganiseerde ouders hun onvolgzame
kinderen zonder brutale praatjes in de psychiatrie en onder de
psychofarmaca hebben: de voorzetting van de normale gezinsoorlog.
Peter Lehmann
Vertaling: Michi Almer